Buurtgeschiedenis locatie Hugo de Groot

Een (mega)stap terug in de geschiedenis…

De Frederik Hendrikbuurt is een buurt in het stadsdeel West van Amsterdam. De buurt is gebouwd vanaf het laatste kwart van de 19e eeuw en ligt tussen de Singelgracht en de Kostverlorenvaart. Evenals de Frederik Hendrikstraat en het Frederik Hendrikplantsoen is de buurt, vernoemd naar Frederik Hendrik (stadhouder van Holland in de eerste helft van de 17e eeuw). Ook zijn er straten vernoemd naar zijn tijdgenoten, zoals Hugo de Groot en Amalia van Solms.

Gravure Bolwerk Rijkeroord, met molen De Bloem, over de huidige plattegrond van de Frederik Hendrikbuurt
Gravure Bolwerk Rijkeroord, met molen De Bloem, over de huidige plattegrond van de Frederik Hendrikbuurt

Tussen de 17e eeuw en het begin van de 20e eeuw lag in dit gebied de ‘Zaagmolenbuurt’. Er stonden vele molens voor het zagen van hout ten behoeve van de scheepsbouw en woningbouw. Met de komst van de stoommachine raakten deze molens gaandeweg hun functie kwijt. Er is één molen overgebleven: De Otter langs de Kostverlorenvaart.

Vanaf 1870 werd woningbouw mogelijk gemaakt in dit voormalige industriegebied. Dit werd merendeels overgelaten aan particulieren, die hier voornamelijk huizen bouwden om te verhuren, waarbij, toen ook al, veel goedkope revolutiebouw werd toegepast. Een gunstige uitzondering hierop was de filantropische woningbouw bij de Hugo de Grootkade van de ‘Maatschappij voor Volkswoningen’, die hier vanaf 1894 een complex met betaalbare woningen voor arbeidersgezinnen bouwde. (Op deze plek staat nu Woon- en zorgcentrum De Poort)

Het is nu moeilijk voor te stellen, maar in 1663 was Amsterdam omsloten door een vijf meter hoge stadsmuur. De acht kilometer lange vestingwal telde 26 bolwerken en 8 stadspoorten langs de huidige Singelgracht. Op enkele plaatsen in de stad, waaronder het Funenpark, zijn hier nog sporen van te vinden. De muur diende als verdedigingslinie en werd omgeven door een zestig meter brede gracht. Op de bolwerken stonden zware kanonnen en vanwege de ligging aan de rand van de stad waren de meeste ook voorzien van een molen. In de negentiende eeuw verloren de muur en bolwerken hun militaire functie en vanwege de stadsuitbreiding werden ze één voor één afgebroken. Daarmee verdwenen ook de molens.

bolwerken-amsterdam
De bolwerken van Amsterdam na de 4e en 5e uitbreiding. het 8e bolwerk lag op de plaats van het huidige 2e Marnixplantsoen.

Bolwerken, molens en kerkhoven
Die aanvankelijke bochtigheid van de Buitensingel (de brede stadsgracht die eventuele belegeraars allereerst moesten passeren) was het gevolg van de aanwezigheid van drie bolwerken, naar buiten uitstekende vijfkantige bastions, waarop steevast een groot kanon én een korenmolen stonden. Van noord naar zuid waren dat de bolwerken Sloterdijk (vlak ten zuiden van de Korte Marnixkade, schuin tegenover de Brouwersgracht), De Palm alias Haarlem (tegenover de Palmstraat), Karthuizen (tegenover de Gietersstraat en Lindengracht), Slotermeer (tegenover de Anjeliersstraat), Rijkeroord (met korenmolen De Bloem; tegenover Bloemgracht); Rijk (tegenover Rozengracht, met sinds 1685 molen De Victor) , Nieuwkerk (tegenover de Elandsstraat; met de Grote Stinkmolen; nu Europarking en bushalte van Connexion), bolwerk Osdorp (tegenover de Passeerdersstraat) en bolwerk Sloten net voorbij de Leidsegracht.

Op bolwerk Haarlem alias De Palm werd in 1655 het Palmkerkhof geopend, als ‘filiaal’ van het overbevolkte Noorderkerkhof op een deel van de huidige Noordermarkt, pal voor de kerk. Toen dat oude kerkhof (uit 1622) in 1688 werd gesloten, nam het Palmkerkhof zijn naam over. Op deze plek is nu het 1e Marnixplantsoen, het is ook een van de weinige plekken in de stad waar het oude bolwerk nog te zien is.

Ook het Westerkerkhof verhuisde in 1655 naar de stadsrand, naar bolwerk Rijkeroord, het huidige 2e Marnixplantsoen, bekend van het anoniem geplaatste beeld ‘De Blauwe Vioolspeler’. Beide begraafplaatsen werden in 1866 gesloten. In 1876 werden ze ingericht als plantsoen. Wat zuidelijker lag langs de latere Marnixstraat een derde kerkhof, niet op een bolwerk maar aan de ‘stadskant’ van de Lijnbaansgracht, aan de oostkant van het huidige Raamplein. Dat was het Leidsekerkhof, aangelegd in 1664, gesloten in 1866 en geruimd in 1897.

Van alle molens op de bolwerken hield De Victor (aan het eind van de Rozengracht voorbij de Marnixstraat, achter het huidige nummer 249) het hier het langste vol, tot 1898. Maar de enige nog bestaande molen die ooit langs de Marnixstraat stond, is korenmolen De Bloem, die in 1878 werd verplaatst van bolwerk Rijkeroord naar de Haarlemmerweg.

De Raampoort uit de Atlas van Fouquet
De Raampoort uit de Atlas van Fouquet. Deze Atlas met 103 verschillende afbeeldingen werd in 1783 voor het eerst uitgegeven.

Tussen de bolwerken in lagen enkele poorten. De Haarlemmerpoort (niet te verwarren met de Willemspoort op het Haarlemmerplein) en de Leidsepoort waren sierlijke bouwwerken met een torentje, de Zaagpoort (aan het eind van de Gietersstraat, vlak ten noorden van de Anjeliersgracht, die in 1861 de Westerstraat werd) en de Raampoort (aan het eind van de Bloemgracht) waren eenvoudige doorgangen in de stadswal.

Aan de stadskant van die Raampoort huisde volgens een oud Amsterdams volksverhaal de Bullebak, een watermonster dat Jordaankindertjes die onvoorzichtig dicht langs de waterkant liepen, naar verluidt soms onverhoeds onder water sleurde en oppeuzelde. Daaraan herinnert de naam Bullebaksluis, die zowel wordt gebruikt voor de smalle verlenging van de Bloemgracht, die het water van die gracht verbindt met de Singelgracht.

Van alle stadspoorten die aan deze stadswal stonden staat alleen de Muiderpoort op de Sarphatistraat 500 nog overeind. Andere bekende gebouwen uit de stadswal van vóór 1500 zijn: de Scheierstoren, de Sint Anthonies poort beter bekend als de Waag, de Montelbaanstoren en de Munttoren die een restant is van de tussen 1480 en 1487 gebouwde Regulierspoort.

Na dit lange epistel… onze ‘roze’ poort is vernoemd naar de nog bestaande Muiderpoort. 

00-poorten-amsterdam1