Buurtgeschiedenis Nieuwmarkt en de Lastage

Wat wij nu kennen als de Nieuwmarkt is in 1614 ontstaan toen de grachten rondom de Sint Anthoniespoort (nu de Waag) overkluisd werden. Door de stadsuitbreiding (bouw van de Lastage) verschoof de stadsgrens verder naar de Montelbaanstoren en de Oude Schans. De Sint Anthoniespoort verloor zijn verdedigende functie en werd een waag. Het plein werd een marktplein, waar ook een vis- en “Oosterse” markt werd gehouden en “ten aanschouwe van het volk” lijfstraffen werden voltrokken. Er werd “gegeseld, gebrandmerkt en gehangen”. In 1812 voltrok zich hier een primeur voor Nederland: drie ter dood veroordeelden werden onder de guillotine terechtgesteld.

Sint Antoniespoort (nu Waag)
Sint Antoniespoort (nu Waag)

In de 19e eeuw werd op de Nieuwmarkt tweemaal per jaar kermis gevierd. De voorjaarskermis was kleinschalig en rustig, maar de najaarskermis trok publiek uit de hele stad en ontaardde regelmatig in opstootjes en vechtpartijen. Een verbod door het gemeentebestuur leidde in 1876 tot een volksopstand.

De Nieuwmarkt ligt in de voormalige Joodse wijk. Tussen het Centraal Station, de Kloveniersburgwal, Waterlooplein, Valkenburgerstraat en Prins Hendrikkade leefden rond het begin van de 20e eeuw meer dan 25.000 Joden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Nieuwmarkt door de Duitse bezetter gebruikt als verzamelplaats voor de deportaties van Joodse inwoners.

ams-waag-stanthoniespoort
Sint Antonieswaag, Nieuwmarkt in de 17de eeuw

Na de bevrijding werd het plein voor een jaarlijkse kermis met steeds grotere attracties al snel te klein. In de jaren 1970 was de kermis wederom een paar keer decor van moord- en vechtpartijen waarop hij definitief werd verplaatst naar de Dam.

De sloop van veel huizen voor de aanleg van de tunnel van de Zuidoostlijn van de Amsterdamse metro in de Lastage (tussen de Geldersekade en Oudeschans) leidde in 1975 tot de Nieuwmarktrellen, onder het motto “Geen buizen maar huizen”. Ook het plan een snelweg aan te leggen van de Wibautstraat via de Nieuwmarktbuurt naar de Prins Hendrikkade stuitte op felle protesten. In metrostation Nieuwmarkt herinneren kunstwerken aan die periode.

Bij de Geldersekade staat het Brederomonument van Piet Esser uit 1968 met de bronzen figuren van de personages Jerolimo en Trijn Snaps uit G.A. Bredero’s toneelstuk De Spaanschen Brabander.

Na nog een aantal jaren als parkeerplaats te hebben gediend werd de Nieuwmarkt begin jaren ’90 geherprofileerd tot zijn huidige functie als stadsplein, met horeca en marktkraampjes, waarna ook de centraal gelegen Waag een degelijke opknapbeurt kreeg.

Stadspoort
De Waag begon zijn leven als stadspoort en is een 15e-eeuws gebouw op de Nieuwmarkt in het centrum van Amsterdam. De huidige naam verwijst naar de latere functie als waag. Het gebouw heeft een reeks andere functies gehad, waaronder gildehuis, museum, brandweerkazerne en anatomisch theater. In het schilderij De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp van Rembrandt is de ontleding van een lijk in een van de bovenzalen in de Waag te zien.

Oorspronkelijk heette deze stadspoort, de Sint Antoniespoort. De poort lag in het verlengde van de Zeedijk. Buiten de stadsmuren liep de dijk verder als Sint Antoniesdijk. Na aanleg van de Lastage in de 16e eeuw kwam hier de Sint Antoniesbreestraat te liggen en werd een tweede Sint Antoniespoort gebouwd bij ter hoogte van de Hortus Botanicus.

nieuwmarkt-oud-1544
Nieuwmarkt oude situatie 1544
nieuwmarkt-nieuw-1625
Nieuwmarkt nieuwe situatie 1625

De stadspoort was onderdeel van de middeleeuwse stadsommuring langs het huidige Singel, de Kloveniersburgwal en de Geldersekade. Deze ommuring werd aangelegd in de jaren 1481-1494, en bestond uit verdedigingstorens en stadspoorten, onderling verbonden door een stadsmuur. De stadsmuur was uit baksteen opgetrokken, op een natuurstenen voet na. Van de muur is vrijwel niets over, maar in de kademuur van de Geldersekade bevinden zich nog steeds stukken zandsteen van de stadsmuur. De Schreierstoren is de enige overgebleven verdedigingstoren. Van de eerste stadspoorten zijn alleen de Sint Antoniespoort (de huidige Waag) en een deel van de Regulierspoort over (het onderste deel van de Munttoren).

In de toren op de hoek tussen de Zeedijk en de Geldersekade zit de oudste gevelsteen van Amsterdam met het opschrift MCCCCLXXXVIII de XXVIII dach in April wart d’eerste steen van dese poert gheleit (Op 28 april 1488 werd de eerste steen van deze poort gelegd). Het bouwjaar 1488, zoals vermeld op deze gevelsteen en in vele officiële bronnen, blijkt echter onjuist. Er zijn aanwijzingen dat de poort van veel oudere datum is. Zo bestaan er meerdere archiefstukken in het Stadsarchief Amsterdam van vóór 1488 die de Sint Antoniespoort al noemen. Volgens bouwhistorica Jacqueline de Graauw kan het bouwwerk op zijn vroegst dateren uit 1425, omdat in die periode de stad werd uitgebreid met de grachten Geldersekade en Kloveniersburgwal, waar de poort aan ligt. Daarnaast blijkt ook uit haar bouwhistorisch onderzoek dat de Sint Antoniespoort oorspronkelijk veel kleiner is geweest en naderhand is opgehoogd. Dit is het beste te zien aan de resten van kantelen halverwege de torens van het gilde van Sint-Eloys en het schuttersgilde (de twee grote torens aan weerszijden van de hoofdpoort). Ook is de voorpoort, die op meerdere punten van de hoofdpoort verschilt, zeer waarschijnlijk pas later aan het gebouw toegevoegd. Dit soort toevoegingen deed men wel vaker bij stadspoorten, als bescherming tegen de steeds sterker wordende dreiging van kanonnen. Zo kreeg bijvoorbeeld de Amsterdamse Poort in Haarlem in 1482 ook een voorpoort, die sterk lijkt op die van de Sint Antoniespoort. Vermoedelijk slaat de gevelsteen in de Sint Antoniespoort met het jaartal 1488 dus alleen op de toevoeging van de voorpoort aan de reeds bestaande hoofdpoort.

Vanaf circa het begin van de 16e eeuw, toen Amsterdam een volledig stenen stadsmuur had gekregen, zag de Sint Antoniespoort eruit zoals we hem kennen van de afbeeldingen van Cornelis Anthonisz: Een hoofdpoort met vier torens aan de stadszijde (waarbij de Metselaarstoren nog klein was) en een voorpoort met eveneens twee torens aan de grachtzijde. Tussen de voor- en hoofdpoort was een niet bebouwd pleintje, een overwelfde sluis. Het gebouw is opgetrokken uit baksteen met enkele ornamenten van kalksteen uit Gobertange.

Toen eind 16e eeuw de stad werd uitgebreid, verloor de Sint Antoniespoort zijn betekenis als stadspoort. Kort daarop, in de periode 1603-1613 werd de stadsmuur gesloopt. In 1614 ontstond de huidige Nieuwmarkt door het overkluizen van de stadsgracht aan weerszijden van de Sint Antoniespoort. Ook werd het plein opgehoogd, waarbij het muurwerk van de poort gedeeltelijk onder het maaiveld verdween. Het gebouw doet zich daardoor minder hoog voor dan het in werkelijkheid is.

De Flesseman
Isaac Levie Flesseman startte in 1867 een textielhandel en-gros: de ILFRA. I.L.Flesseman was een textielhandel met een vestiging in Rotterdam en in Amsterdam. Het bedrijf leverde zijden stoffen, kant, vitrage, festons, kousen, knopen en korsetten. Verder leverde men benodigdheden voor kleermakers en naaisters en er was een machinale brei-inrichting. Zijn zoon Samuel en kleinzoon Frits volgden hem op en bouwden het bedrijf uit tot een toonaangevende textielgroothandel. In de tijd van de vluchtelingen na de 1e Wereldoorlog en na 1933 leverde Flesseman aan de Belgische, Russische en Britse hulpcomités.

Het pand Flesseman op de Nieuwmarkt in Amsterdam is nu een woon- en zorgcentrum en is het voormalige textielmagazijn uit 1930 van architect Roodenburg (frame) en Wijdeveldt (gevel).

In 1987 opende in het gerenoveerde gebouw een zorgcentrum voor ouderen “De Flesseman”. Bij deze renovatie werden de Amsterdamse School-gevels van Wijdeveldt door een isolatieschil geheel afgedekt.